Je kind horen praten, is iets anders dan naar je kind luisteren. En hoe vaker je dingen hoort, hoe voorspelbaarder ze worden. Want zeg eens eerlijk, wanneer heb je voor het laatst echt geluisterd naar het antwoord op de vraag: ‘Was het leuk op school?' Of naar het antwoord op: ‘Hoe gaat het?'
Herken je dit?
Je kind zegt: ‘Mama, ik heb honger!' Jij antwoordt automatisch: ‘Maar dat kan niet. Je hebt net gegeten!' Je kind gaat verder: ‘Ik heb echt honger, hoor!' Jouw reactie is: ‘Je hebt geen honger, je hebt gewoon trek. Kom, kleed je aan anders komen we te laat.' Je kind begint te jammeren: ‘Neehee, ik heb zo'n honger!!' Op deze manier kan een gesprek, geheel onbedoeld, in een strijd eindigen.
En wat dacht je van deze. Je bent met je kind naar de bioscoop geweest en hebt flink uitgepakt. Er mocht een vriendinnetje mee, ze kregen popcorn. Jij vond het geslaagd. Als jullie weer thuis zijn, zegt je kind echter: ‘Ik vond de bioscoop helemaal niet leuk.' Je reageert verbaasd: ‘Hoe kan dat nou? Je houdt toch zo van films? Het was hartstikke gezellig, met popcorn, drinken, je mocht nog een ijsje uitkiezen, en je vriendinnetje mocht mee. Je bent gewoon verwend! Voorlopig gaan we niet meer naar de bioscoop, hoor!' Hoe zou jij je voelen als je gevoelens worden genegeerd? Als jouw verhaal over de drukke dag met de kinderen niet wordt gehoord door je partner? Stel je vertelt je partner: ‘Het was vandaag een drukke dag: zwemles, bij een vriendje spelen, boodschappen doen. Ik ben gevloerd.' Waarop je partner antwoordt: ‘Ach schat, zo erg was het toch niet? Je hebt lekker in de tuin kunnen zitten, het was prachtig weer!' Grrr.... Stel dat je partner als volgt had gereageerd: ‘Zo, dat klinkt best veel op een dag. Ik kan me voorstellen dat je nu wel even wilt zitten.'
Als iemand echt luistert, met volle aandacht en alleen maar erkent wat je zegt, is dat vaak al voldoende. En wat voor jou geldt, geldt ook voor je kind. Luisteren naar zijn gevoelens en de erkenning daarvan, is voor hem net zo belangrijk als voor jou.
Bovenkant formulier
Luister met volle aandacht
Stel de komende week elke dag een vraag aan je kind enluister met meer aandacht dan normaal naar het antwoord. Laat je oordeel even achterwege.
Hoe ga je je vragen stellen? Bedenk dat je door de formulering van je vraag ook echt andere antwoorden krijgt. Stel open vragen, die je kind niet meteen met 'ja', 'nee' of 'goed' kan beantwoorden.
Bijvoorbeeld: ‘Hoe zag jouw dag er vandaag uit?' (In plaats van: 'Hoe was het vandaag?') Of: ‘Ik ben zo benieuwd hoe het met de gymles ging. Vertel eens.' (In plaats van: 'Hoe gaat het met gymen?')
Hoe ga je luisteren? Neem je voor om geen kritiek te geven en niet met oplossingen te komen, ook al is dat het eerste wat bij je opkomt als je luistert naar het antwoord.
Hoe heb je de vraag gesteld?Kreeg je een ander soort gesprek dan normaal?Wat was er anders? Wat was leuk?
Extra oefening: altijd bereikbaar
‘Even wachten lieverd, ik moet even mijn mail checken en daarna ga ik met je spelen.' ‘Even' wordt tien minuten. En uiteindelijk typ je met een half luisterend oor een mailtje. Herkenbaar? Stel jezelf in dit soort situaties de volgende vraag: ‘Ben ik in het NU, in de toekomst of in het verleden? Ben ik met mijn hoofd op het werk?'
Dit ‘afwezig zijn' kost je onbewust enorm veel energie: je aandacht lekt voortdurend naar andere plekken in je ‘mind'. Echt aanwezig zijn bij je kind of bij dat wat je aan het doen bent, geeft meer rust.
Hoe ga je ermee om? 1. Wees je bewust dat die verleiding er is en vraag je af: moet ik hier NU echt aandacht aan besteden? 2. Plan een paar momenten per dag waarop je zoveel mogelijk kunt mailen, bellen et cetera. Geef dit aan bij je kinderen. Zet bijvoorbeeld een kookwekker als je achter de computer zit. Dat is duidelijker voor jezelf en voor je kinderen. Het geeft meer rust dan dat ze maar moeten afwachten wanneer je klaar bent. 3. Onderzoek in de komende dagen of je behoefte aan rust groter is dan de behoefte aan mailen. Wees je ervan bewust dat de gedachte ‘ik wil mailen', vanzelf komt. Deze gedachte hoeft niet weg. Doe de oefening Ademruimte (uit week 2) als je deze gedachte hebt.